Scannen
door "hardware-goeroe" Aart Veenenbos verklaard

Tijdens de Acorn World Show in Londen pikte ik bij de firma Pineapple Software een foldertje mee waarin wat nuttige informatie stond betreffende scannen. Naar aanleiding hiervan en, daar ik de laatste tijd regelmatig geconfronteerd word met misverstanden aangaande het gebruik van een scanner, zal ik proberen de zaken wat te verduidelijken.

Voor diegenen die niet weten wat een scanner is en doet: een scanner is een electronisch gestuurd apparaat, waarmee men gedrukte informatie kan "lezen" en deze informatie vervolgens in digitale vorm als een bitmap-bestand kan opslaan in, bijvoorbeeld, een computer. (In een fax-apparaat zit o.a. ook een scanner.) Scanners zijn er in verschillende uitvoeringen, soorten, merken en uiteraard met een verschillend prijskaartje.

Het soort scanners waar ik hier over praat zijn apparaten die met behulp van spiegeltjes, lenzen en prisma's een optisch signaal via een lichtgevoelige chip omzetten in eenen en nullen. Het zal duidelijk zijn dat een grafisch bedrijf meer belang zal hebben bij een groot oplossend vermogen (resolutie) dan de gemiddelde thuisgebruiker. Waarmee we dan gelijk aangekomen zijn bij het eerste probleem als men zo'n ding wil aanschaffen. Welke scanner is voor de toepassing het meest geschikt?
Hieronder enige overwegingen.

Resolutie
De scanresolutie is de nauwkeurigheid waarmee een object wordt geregistreerd en wordt door de scannerproducent opgegeven in dpi (dots per inch ). Een scanner die de meeste puntjes per inch kan onderscheiden heeft dus de hoogste resolutie.

Laten we nu eens aannemen dat we een scanner hebben die 250 dpi kan onderscheiden. Een inch is ongeveer 25 millimeter, dus, als de puntjes precies aan elkaar sluiten, dan is het oppervlak van de puntjes 0,1 vierkante millimeter. Dat zo'n puntje met het blote oog moeilijk te onderscheiden is moge duidelijk zijn. De gemiddelde kleurenmonitor werkt met driemaal zo grote lichtvlekjes en een inktklodder uit een printerkop liegt er ook niet om!

Een scanner met een optische resolutie van 300 dpi zal dan ook voor verreweg de meeste toepassingen, tot viermaal vergroot afgedrukt, ruimschoots voldoende zijn. Nu kun je met behulp van softwarefratsen op eenvoudige wijze de resolutie schijnbaar een factor twee tot zelfs twaalf opvoeren, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de scanner. Waar het om draait is de optische resolutie, ofwel de hoeveelheid opberglaadjes waarover de opnemer (CCD-chip) beschikt om de informatie in op te slaan. En dat bepaalt grotendeels de prijs van de scanner. Hier kom ik later nog op terug.

Kleur
Daar het grootste deel van de tegenwoordige computers overweg kan met (soms wel miljoenen) kleuren is het natuurlijk mooi meegenomen als een scanner van ieder puntje ook nog de juiste kleur kan bepalen. Dit gebeurt ongeveer als volgt: De CCD-chip in een scanner die een A4 formaat (210 x 297mm of ± 8 x 11 inch) document kan lezen beschikt bijvoorbeeld over 2000 geheugenplaatsjes die in één stap van de stappenmotor die het object "scant" gevuld worden met informatie, dat wil zeggen, ieder geheugenplaatsje is óf vol óf leeg, een tussenweg is er niet.

Als de stappenmotor per stap één millimeter aflegt, kunnen we dus tien regels met een lengte van acht inch opslaan als we vlakjes van 0.1mm² aanhouden. (10 x 8 x 25 = 2000). Op het moment dat de scanner langs optische weg een regel bekijkt, wordt er door middel van electronica de hoeveelheid (lees: intensiteit) rood, groen en blauw licht aan de computer doorgeseind en vervolgens schuift de opnemer één stap verder.

De computer berekent vervolgens van ieder puntje de juiste kleur, de lichtsterkte en de positie. Was het maar zo eenvoudig! In werkelijkheid komt er natuurlijk nog heel wat meer bij kijken eer er een fotootje van de pasgeborene natuurgetrouw op de monitor verschijnt. (Vraag maar aan David Pilling).

Het is overigens onnodig om een stuk tekst, dat meestal alleen maar zwart/wit is, in de 16.000.000 kleurenmode (24 bit kleur of, nog erger, 32 bit) te scannen. Kies voor iedere scan dus de juiste optie:

Geheugen
Daar alle informatie uiteindelijk op een harde schijf of in het geheugen van de computer gepropt moet worden volgt hieronder een eenvoudig rekensommetje:
Stel we willen een A4 foto scannen met 24 bpp en met 600 dpi, want het moet een zesmaal zo grote poster worden. Dan hebben we een harde schijf nodig met een vrije opslagruimte van ongeveer 108MB!

Hoe wordt dit berekend?
297 x 210 x 24 x 24 x 24 / 8 / 1000000 = 107.78MB waarin:
297 x 210 = oppervlakte A4 in mm2 600 dpi = 600 / 25 = 24 dots per mm,
dus: x 24 x 24 = aantal dots per mm2 x 24 / 8 = maal 24 bit per pixel en delen door 8 omdat er 8 bits in een bite gaan en / 1000000 tenslotte om er Megabites van te maken.

Het is dus zaak om vooraf goed af te wegen waarvoor de scan bedoeld is. Het bovenstaande bijvoorbeeld in deze vorm op het internet zetten, omdat je het zo'n leuk plaatje vindt, is niet alleen onzin, het is ook asociaal. Over het algemeen kan gesteld worden dat 300dpi ruimschoots voldoende is voor de meeste toepassingen.

Bij overig gelijkblijvende parameters zal het bovenstaande voorbeeld een file opleveren van 297 x 210 x 12 x 12 x 24 / 8 / 1000000 = 26.94MB. Een kleurenfoto van 10 x 15 zal perfect overkomen en toch "maar" 100 x 150 x 12 x 12 x 24 / 8 / 1000000 = 6.48MB schijfruimte in beslag nemen.

Printen
Een veel voorkomende misvatting is het vergelijken van de resolutie van een scanner met die van een printer. Bij printers gaat het om het totale aantal dpi die op het papier komen, waarbij de vier kleuren die het beeld vormen náást elkaar afgedrukt worden met 1bpp, terwijl we bij scanners praten over dpi voor iedere kleur apart waarbij deze kleuren ieder minstens 8 bits per pixel in intensiteit kunnen variëren! Men mag derhalve aannemen dat een 100dpi scan waarschijnlijk overeenkomt met de best verkrijgbare output van een zeer goede inktjet printer die volgens de fabrikant een resolutie heeft van 720dpi.

Interface en Software
De meeste scanners werken met een SCSI interface. Veelal wordt deze interface bijgeleverd tezamen met een berg software, maar helaas is dit alles bestemd voor de vijandelijke DOS-wereld. Er moet dus een voor Acorn geschikte SCSI interface in de computer gemonteerd worden.

Tevens ontberen we dan nog een, scanner-merk-en-type-afhankelijke, Twaindriver en tot slot een programma waarmee plaatjes bewerkt of bekeken kunnen worden. Als U gedrukte tekst, ingelezen met een scanner, met een computer weer als tekst wilt bewerken, dan heeft U tevens een speciaal programma nodig dat letters kan herkennen.

De computer ziet de tekst die van een scanner komt namelijk als een (bitmap)tekening en niet als afzonderlijke ASCII-codes. Naar verluidt blijken scanners die vanwege de goedkoopte alleen zijn uitgerust met een parallelle poort in de DOS omgeving nogal eens problemen op te leveren. Gekoppeld aan een Acorn computer (uitgezonderd de oude A300/400 series, deze missen de bidirectionele parallelle poort), mist men dan uiteraard de mogelijkheid om gelijktijdig de printer te gebruiken, al zijn hier natuurlijk wel weer bokkesprongen voor te bedenken.

Prijs
De prijs van een scanner is (bijna) geheel afhankelijk van de volgende factoren:

Ten slotte
Ondergetekende heeft zich een beetje verdiept in de scannerproblematiek, maar, daar ik meer een "hardwareman" ben en zeker geen grafisch onderlegd persoon, zullen er in voorgaand betoog wel enige onjuistheden voorkomen. In grote lijnen echter zal dit artikel toch wel enig houvast bieden indien er aandrang bestaat om een scanner aan te schaffen.

Nogmaals: Neem niet te veel hooi op de vork; Een goedkope scanner geeft, met wat meer moeite, voor een hobbyist ook acceptabele resultaten. Voor adviezen en discussies ben ik als gepensioneerde altijd bereikbaar.