ASCII-ART: kunst met een knipoogje

door Janny Looyenga

Introductie.

Met het verschijnen van !Sascha (ARC-PD disc 66), een programma van Maarten J.Seinen, en het bespreken ervan (Asterisk, 15e jaargang nummer 8) door Ab Steeman is men weer teruggegaan naar de bron waar de creativiteit begon: ASCII - een afkorting van American Standard Code for Information Interchange, een code die elke computer kan begrijpen en verstaan, standaard aanwezig in de vorm van een toetsenbord.

De computer gebruikt een getal van 0-256 om elk karakter weer te geven dat zich in zijn geheugen bevindt. Dit is de ASCII code. Alle zich op de toetsen bevindende karakters vallen onder de lage ASCII, genummerd van 32-127 ( codes lager dan 32 worden gebruikt om commando's aan de computer te geven). De tekens die door middel van het numerieke toetsenbord worden gemaakt, noemt men de hoge ASCII, nummering hoger dan 127. Die zijn echter niet voor elke computer gelijk, vandaar dat deze karakters in data-communicatie tussen verschillende computers niet gebruikt mogen worden.

Beetje geschiedenis.

Oorsprong van de ASCII karakterset komt van de Telex, een afkorting van TELEprinter EXchange, een soort typemachine die op afstand kon werken. Net zo als tegenwoordig met de computer had men hier al te maken met schakelaars aan of uit, 1 of 0, stroom of geen stroom. De telex-apparaten gebruikten de Baudot-code 2, de zgn vijf-eenhedencode, een internationaal overeengekomen telegraaf alfabet. Hiermee zijn 2x2x2x2x2=32 combinaties mogelijk, waarvan 00000 niet wordt gebruikt. Het alfabet bestond ook toen al uit 26 letters, dus bleven er 5 extra mogelijkheden over. Die extra codes waren voor 'nieuwe regel'-line feed (LF), 'wagen terug'-carriage return (CR) en de spatie. De twee laatste speciale codes gaven aan welke tekens (letters of cijfers + leestekens) er volgden - zoals door middel van de SHIFT toets op computers gebeurt - daar er door het ontbreken van meer combinaties hiervoor dezelfde codes werden gebruikt. (Zie

).

Baudot code

Jean Maurice Emile Baudot (1845-1903) Papieren TELEX strook met 5 gaatjes (bit) - 32 combinaties mogelijk waarvan 31 worden gebruikt. (De doorlopende perforatie in het midden is voor het transport van de strook door het leestoestel).

Het alfabet.

Ten behoeve van het Nederlandse telex-verkeer ontwikkelde de Nederlander dr. H.C.A. van Duuren de zeven-eenheden code, hiermee zijn 2x2x2x2x2x2x2=128 combinaties mogelijk, waarvan er 35 werden gebruikt. Het American National Standards Institute stelde een code samen die zeven informatie-toestanden omvat, dus ook 128 combinaties, die werden gebruikt voor hoofdletters, kleine letters, cijfers, leestekens en speciale opdrachten. Deze code werd als standaard erkend en raakte bekend onder de naam

.

In het begin was er dus het toetsenbord alleen met daarop de karaktersets van het alfabet, getallen 0-9 en nog enige speciale leestekens. Toch wilde men de mogelijkheid tot grafiek hebben en daarbij ontstond de ASCII-art: grafische tekeningen gemaakt door tekst.

Mensen die per telefoon en modem zijn aangesloten op het Aconet - het computernetwerk gericht op Acorn computers - hebben in de loop der tijd al enige tekeningen voorbij zien komen op hun computerscherm. Bij het bekijken daarvan zou je je kunnen afvragen of men inderdaad een programma als !Sascha (waarbij bestaande plaatjes naar ASCII worden omgezet) nodig heeft om iets dergelijks te kunnen creëren. Het is weliswaar gemakkelijker, maar men kan ook zelf aan de slag met tekenen in een gewone tekstverwerker.

Onthoud daarbij: Klikken is geen kunst, tikken wel!

Janny Looyenga.
(Aconet 77:8500/302.25)

Bronnen:
PTT Museum, Bibliotheek, Internet.