ASCII-ART: Kunst met een knipoogje ;)
door Janny Looyenga

Ascii-art: grafische tekeningen gemaakt door tekst.

Met behulp van een toetsenbord en de standaard ASCII karakterset (hoofdletters, kleine letters, cijfers en leestekens, genummerd 32-127), een tekst-editor en afdruk mogelijkheden (scherm of papier) kunnen fraaie tekeningen gemaakt worden op verschillende manieren:

  1. door middel van lijnen (deze methode is de vorige keer beschreven)
  2. als een compacte vorm
  3. met gebruik van kleurschakering door grijstinten.

2. De compacte tekenvorm (of silhouet).

Gaat het bij een lijntekening om het spelen met lijnen (eerst de vorm en dan de inhoud), bij een compacte vormtekening gaat het om het spelen met -gelijke- karakters (eerst de inhoud en dan de vorm). Naar aanleiding van het onderwerp wordt het karakter gekozen. Elk karakter straalt iets uit, heeft een eigen aanzien in licht en donker, in open en dichtheid, heeft een doel gebaseerd op zijn vorm. Het gekozen karakter bepaalt dan ook de tint van de tekenvorm. Veel gebruikte basiskarakters zijn de

$ # @ 8 H W en M.

De donkerste letters hiervan zijn de M (met nadruk op de bovenkant) en de W (met nadruk op de onderkant). Geen bepaalde nadruk geven de H, een onbuigzaam, sterk karakter met een vaste lijn en de 8 met een schijnbaar golvende beweging.

Op basis van kleur zijn een aantal karakters op

gezet, gesorteerd van licht naar donker, van donker naar licht, afhankelijk van de achtergrond die immers ook licht of donker kan zijn. Licht <=- lichte karakters op een donkere achtergrond -=> Donker
Donker <=- donkere karakters op een lichte achtergrond -=> Licht

Is het juiste karakter eenmaal gekozen, begin dan eerst met het opzetten van een ruwe vorm, die later aan de randen bijgewerkt kan worden. Want als de basisvorm staat, dan komt het werkelijk op de creatieve vaardigheden aan. Kijk goed naar de tekening en trek denkbeeldige lijnen. Aan de hand daarvan is 't eenvoudiger het te gebruiken 'opvul'karakter te bepalen.

Er zijn geen bepaalde regels te geven voor het plaatsen van karakters. Hoewel sommige door hun specifieke vorm daar wel toe leiden, is het ook afhankelijk van factoren zoals hoogte, ruimte en plek.

Tekens die op dezelfde lijn geplaatst worden, hoeven nl. niet op dezelfde plaats terecht te komen, zoals het volgende voorbeeld laat zien:

Let -met het oog op detail- ook eens op de verschillen in tekens die weinig van elkaar verschillen. Zo'n subtiel verschil kan juist het vereiste effect op de tekening geven. Zie bv.

Om verschil in hoogte te overbruggen is het ook niet onhandig gebruik te maken van hoofdletter en kleine letter:

vergeleken met:

Een schematisch

voor de plaatsing van veel gebruikte tekens:

(Inplaats van de Y - links beneden - kan ook het ? gebruikt worden)
Geschikte tussenkarakters om van silhouet naar de buitenrand over te gaan :

waarbij bij sommige letters wel gelet moet worden op de richting van de lijnen - de T Y Z en de F wijzen drie kanten op. Een speciaal effect geeft het gebruik van de open karakters . , : ; ' ` die een soort waas om de vorm creeren zodat de overgang van de compacte vorm naar de buitenkant geleidelijker lijkt te verlopen.

Dit effect wordt ook gebruikt in bepaalde Ascii-fonts:
Ascii in het smpoison figlet font.

Het verschil in lijn en silhouet:

Enige algemene tips: (*)

De schrijfsels over ASCII-art pretenderen geen cursus te zijn, dus de schrijfster kan niet aansprakelijk gesteld worden voor mislukte tekeningen. Onthoud nogmaals: Klikken is geen kunst, tikken wel!

Janny Looyenga. (Aconet 77:8500/302.25) Bronnen: Internet-FAQ.
(*) zie voor speciale tips de bijdrage van Lody Sonneveld in de volgende Asterisk.