(weer eens een) redactioneel

Altijd als ik met zo'n stukje moet beginnen, breekt het klamme zweet mij aan alle kanten uit. Waar moet ik het in vredesnaam over hebben? Maar tegen de tijd dat het einde van de bladzijde nadert, zie ik mij meestal genoodzaakt de corpsgrootte te verkleinen of mijn toevlucht te nemen tot list en bedrog.

Dat laatste, die list en bedrog dus, daar maak ik tegenwoordig een uitgebreid gebruik van. Kijk maar eens naar de vaste rubrieken die op de een of andere manier toch vol blijken te zijn. Terwijl iedereen allang weet dat een willekeurige kurk in 99 % van de gevallen niet op een willekeurige fles zal passen. Dan moet er een mes aan te pas komen of een lapje eromheen zodat de beoogde afsluiting toch tot stand kan komen.

Zo gaat het nou ook met dit blad.

Om te beginnen wist ik op zaterdagmiddag nog niet of ik de Asterisk wel voor de helft vol zou kunnen krijgen. En een half blad is geen gezicht, dus dan moet er ontzettend gestresst worden, mensen worden om het uur opgebeld of zij het toegezegde stukje al klaar hebben, ouwe koeien worden uit de sloot gehaald en er weer in gesmeten, artikelen worden gerekt of juist weer gekrompen en dat alles in het bestek van één weekeinde. Is dat avontuur of niet?

Het laatste avontuur op dit gebied is met Internet. Nee, Internet zèlf is niet het avontuur, maar mèt Internet. Al maanden geleden vond ik het tijd worden een account te nemen, een provider uit te zoeken en door de wirwar van jargon en configureren heen te waden. Het is absoluut af te raden om daarmee te beginnen 5 dagen voordat aan een klus als dit blad begonnen moet worden. Toch overkwam mij dat, een perfect recept voor een soepige afwikkeling van het gebeuren dat redactie heet.

Het leek allemaal goed te gaan, een aantal mensen had ik laten weten ook over "het net" bereikbaar te zijn en de post kwam binnen. Niet zoals ik het bedoeld had, maar het kwam in elk geval binnen, hoewel op soms onverwachte sub-adressen. Een van mijn correspondenten (nee, ik zeg niet wie) had zijn data opgestuurd en uit voorzorg dubbel, dus ook naar het gebruikelijk e-mail adres bigbenred@nedernet.nl. Dat trouwens de gewone mailbox blijft, die ga ik dan van tijd tot tijd leeghalen en blijft op naam van de Big Ben Club.

Maar wat ik ook binnenkreeg, geen artikeltje. Alleen een leeg databestand met een grootte van nul. Berichtje teruggestuurd, nog eens overdoen graag, het gemak van e-mail is grenzeloos. Hij nog eens overdoen, gaat vervolgens het weekeinde weg, en ik zit met de gebakken peren en twee databestanden van nul bites groot. Herman Corijn, die totnogtoe de redactie mailbox beheert, had ook al een bestand binnengekregen, maar die was op een gekke manier vermengd met een paar berichten die zelfs niet in die box thuishoorden.

En niet gedecodeerd.

Afijn, hij stuurt het ding naar mij toe met Connector, een prachtig PD-programma, en voorzover ik kon ontdekken was het bestand in MIME base64 formaat. Vervolgens 3 CD's doorgezocht naar een decoder. Toen ik die had, deed-ie het niet op een RPC. Maar ik heb hier ook nog een A540 staan, en daar ging het wel mee. Bestand erin gesmeten en er kwam een ZIP file uit, die de hele ongeschonden santemekraam bleek te bevatten. Toen was het inmiddels zaterdagavond, en moest er nog begonnen worden aan de hele opmaak.

Wat een ellende.
Nu, zondagavond, terwijl dit wordt getikt, krijg ik alleen nog een klein stukje van Herman met een van tevoren bepaalde grootte, zodat er rekening mee gehouden kon worden. Dan nog alles nalopen, bijschaven, printen, plakken en gaan slapen. En de volgende keer begint weer een ander avontuur.

Groeten, Peter