RISC OS uitgediept deel 8
ook nu weer van Kees Grinwis

In deel 7 van deze cursus zijn er weer diverse configuratie commando's behandeld. De belangrijkste zullen nu wel aan de beurt zijn geweest. In dit deel zullen er dan ook geen nieuwe meer behandeld gaan worden, wel wordt er een vergissing rechtgezet. Wat er dan wel in dit deel bekeken zal gaan worden, dat zijn de diverse 'Filing System' commando's.

Allereerst moet ik bekennen dat ik in het vorige deel een fout gemaakt heb (ofwel niet diep genoeg gegraven heb ;-). Ik ging er namelijk vanuit dat er voor het configureren van het geluidssysteem geen commando bestond. Klaarblijkelijk heb ik niet diep genoeg in de documentatie gegraven, want er bestaat wel degelijk een configuratie-optie voor.

Vraagt u maar eens de help-informatie van het commando 'SoundDefaults' op. U zult zien dan met deze optie in kunt stellen welke 'beep' u wilt gebruiken en het volume van het sound systeem. Overigens werken de in het vorige artikel genoemde commando's ook wel, deze slaan de instellingen echter niet op in het cmos-geheugen.

Nu deze vergissing rechtgezet is ga ik beginnen met een geheel andere materie, namelijk het behandelen van de comman-do's van de diverse Filing Systems, de Nederlandse term hiervoor is (bestands) opslagsysteem. De Nederlandse term maakt eigenlijk al duidelijk wat een Filing System (hierna afgekort als FS) doet. Namelijk het opslaan van bestanden, de opgeslagen bestanden moeten echter ook beheerd (kunnen) worden. Normaliter zal dit vanuit de desktop (met behulp van de Filer) gedaan worden, het is echter ook mogelijk om dit vanaf de CLI of vanuit een Obey-bestand te doen. Behandeld worden ondermeer de commando's 'dir', 'cdir', 'copy' en 'ex'.

Voor ik de diverse commando's ga behandelen zal ik eerst uit proberen te leggen hoe bij een RISC OS machine het gehele bestandensysteem opgebouwd is.

RISC OS werkt namelijk niet met drive-letters zoals DOS, maar groepeert de diverse disks naar de gebruikte hardware. De diskdrive en de interne harddisc interface werken met ADFS, terwijl een SCSI-kaart met SCSIFS werkt. Een RAM-disk werkt met RAMFS. Als laatste geef ik als voorbeeld een CD-ROM speler, deze werkt met CDFS, het maakt hierbij echter niet uit of dit een CD-ROM speler is die aangesloten is op een SCSI-kaart of een interne IDE interface.

Deze opzet maakt het mogelijk om per opslagsysteem commando's op te geven. De syntax hiervoor is de naam van het FS gevolgd door een dubbele punt. Een voorbeeld is dus:

       ADFS:cat

Het commando 'cat' geeft overigens de inhoud van de huidig geselecteerde map (de CSD) op het geselecteerde opslagsysteem weer. Over het algemeen wordt dit commando afgekort tot een punt, '.'

De eerste twee genoemde commando's hebben een relatie tot directories, ofwel mappen. Het commando 'cdir' maakt een map terwijl het commando 'dir' bestaande mappen selecteert als 'werkmap'.

Het 'copy' commando's doet precies wat de naam al zegt, het kopieert bestanden. Als u de help-informatie van dit commando opvraagt zult u zien dat hierbij nogal wat parameters te gebruiken zijn. Het is mogelijk dat u door deze vele mogelijkheden, door de bomen het bos niet meer ziet. Ik zal proberen de belangrijkste opties te bespreken, toch is het wel verstandig om de informatie die door het help-commando gegeven wordt eerst goed door te lezen.

Waar het bij het opgeven van opties aan het 'Copy'-commando's vooral om gaat is het wijzigen van de opties die standaard niet goed ingesteld staan, de huidige instelling staat achter de uitleg van de optie, de bewuste optie is aan te zetten door de beginletter op te geven, terwijl de beginletter voorafgegaan door een tilde de optie juist uitschakelt.

De belangrijkste opties waar u vooral op de instellingen moet letten zijn 'Confirm', 'Verbose' en 'Recurse'. Vooral bij het maken van Obey-bestanden zijn de eerste twee nogal belangrijk, zeker als u deze op de achtergrond zou willen uitvoeren.

De 'Confirm' optie stelt namelijk in of u voor ieder bestand aan moet geven of u wilt kopiëren of juist niet. Meestal wilt u dit echter niet aangeven, zeker niet als u een complete map-structuur wilt gaan kopiëren.

De instelling van de 'Verbose' optie geeft aan of er bij het kopiëren wel of juist niet op het scherm weergegeven moet worden wat er door het 'Copy'-commando gedaan wordt.

De optie 'Recurse' geeft aan of men wel of niet recursief wilt kopiëren, feitelijk betekent dit dat men de submappen wel of juist niet wil kopiëren.

De andere commando's zijn niet per definitie minder belangrijk, maar in het dagelijks gebruik komen ze minder vaak voor, of zijn ze standaard al goed ingesteld. Als u de beschrijving van het 'Copy'-command goed gelezen hebt, dan zult u deze opties zelf ook wel kunnen begrijpen.

Met het eerder genoemde 'cdir' commando en het 'copy' commando is het bijvoorbeeld mogelijk om een simpel backup 'programmaatje' te maken. Hoewel programmaatje, het is meer een klein 'script' in de vorm van een Obey bestand. Om het 'Copy' commando nog verder te verduidelijken zal ik het echter van commentaar voorzien.

Dit voorbeeld werkt goed, tenminste op mijn eigen RiscPC, maar in principe behoort dit script op alle RISC OS 3 en 4 machines te werken.

Eerder in het artikel is het commando 'Cat' reeds behandeld, er bestaat echter ook nog een uitgebreidere versie, deze geeft behalve de bestanden in de huidige map ook de overige gegevens van de bestanden (zoals de datum en tijd van het bestand). Dit is het commando 'Ex'. Er is ook een commando die dit zelfde doet voor één bestand, dit is het

commando.

In het volgende deel van deze cursus hoop ik onder meer in te gaan op het 'DOSMap' commando.

U kunt uiteraard ook vragen stellen waar ik op in hoop te gaan. Gebruik hiervoor het e-mail adres: asterisk@dune.demon.nl

Dat was het dan weer voor deze keer, bedankt voor uw aandacht en experimenteer er rustig op los onder het motto:
'Alles kan beter'

Kees Grinwis