Een digitale Asterisk?
een overweging voor de jaarwisseling door Peter van den Berg

Twee goede redenen om daar eens serieus over na te denken:

  1. De inkomsten van de vereniging worden voor de helft opgeslokt door de kosten van laten maken en verzenden van dit blad. Dat percentage kan in de toekomst alleen maar stijgen.
  2. Het is een allemachtige hoop werk. De redacteur, Uw nederige dienaar, zit persoonlijk 20 uur per maand achter de computer om dit blad te maken. Verder nog een avond om de enveloppen uit te printen, geloop met kopij naar de drukker, het afhalen van de dozen en regelen en rijden om alles bij Herman Corijn in Katwijk te krijgen. En Herman's oudste zoon en hijzelf zorgen ervoor dat het blad bij U thuis komt. Bij elkaar een uur of 40 werk.

Mijn oorspronkelijke termijn waarover ik redacteur dacht te zitten wezen was drie jaar. Daar zijn we al ruim overheen, het Expo nummer van 2001 is mijn vijftigste publicatie en dan vind ik het welletjes. Maar... met wat snoeien in het geheel zou het best nog wel langer te doen moeten zijn. Na vier-en-een-half jaar ervaring ben ik opmaken van een blad best leuk gaan vinden. Vandaar dat ik op elektronisch publiceren ben gekomen.

Met de huidige stand van de techniek moet het doenlijk zijn om via Internet en Aconet dit blad te verspreiden in de vorm van kale tekst, als HTML bestand, PDF-bestand of als Ovation Pro file. Het kan door de leden zelf opgehaald worden bij de regiobijeenkomst, van de eigen website van de Big Ben Club of met een gratis terminal-programma van een van de overgebleven bulletinboards.

Allevier zijn ze te bekijken met software die ofwel public domain is ofwel als read-only versie is te krijgen. Ik ga er nu gemakshalve van uit dat iedereen een RISC OS computer of een PC heeft. Ovation Pro valt dan af, dat kun je niet bekijken op een PC.

Blijft over tekst, PDF of HTML. Tekst is geen donder aan, PDF is lastig goed te krijgen op oudere machines (maar wel lekker klein als je tenminste RiScript gebruikt om het te maken) en HTML kan overal op draaien als het maar niet te groot wordt. Om een voorbeeld van PDF te geven: de november uitgave heb ik met alles erop en eraan op 500 Kb gecomprimeerd. Kleiner kan ook, maar dan worden de plaatjes erg kruimelig. Leek heel aardig, maar is volgens testers niet lekker leesbaar op het scherm in dezelfde layout als de Asterisk. En zoals gezegd was het op een Archimedes niet goed werkend te krijgen.

Blijft over HTML. Daar heb ik nog geen ervaring mee, maar die heeft alle bezwaren van de voorgaande soorten niet. Het is op te splitsen in afzonderlijke documenten voorzien van een index. Daardoor heb je altijd maar een artikel met plaatjes in het werkgeheugen zitten en gaat alles goed. De tekstgrootte is voor de browser zelf in te stellen, dus van een vaste layout is dan geen sprake meer. Overigens zou het bij PDF ook mogelijk moeten zijn om een index etc. te maken, maar RiScript kan dat (nog) niet. Printen van HTML gaat niet zo goed, daar heb ik nog geen oplossing voor.

Mijn voorstel, dat overgenomen is door de vergadering van afgevaardigden, luidt als volgt. Ik heb nog zes maanden de tijd om te proberen een werkbare versie te krijgen die iedereen tevreden stelt. Vanaf begin volgend jaar een periode waarin een papieren versie braaf bij iedereen in de bus komt, maar de digitale versie is dan ook al verkrijgbaar. Na de Expo is dan het moment waarop we overgaan naar alleen als nullen en enen.

Natuurlijk vind ik het ook prima als er iemand anders opstaat die de hele santemekraam van de papieren versie over wil nemen. Weet wel waar je aan begint.

Verder moet ook bedacht worden dat dit een computerclub is en geen zwemvereniging. Door de aard van de vereniging staat bij vrijwel iedereen het geheime wapen thuis dat digitaal publiceren mogelijk maakt: de computer.