RiScript - een verdere kennismaking

waarin Jeroen Medema vertelt hoe het verder gaat

Nadat ik de vorige keren eerst een algemene introductie van RiScript en daarna z'n algemene gebruik heb beschreven, wil ik deze keer ingaan op wat diepere zaken, te weten lettertypes, exporteren (waaronder PDF genereren), printen, en instellingen. Allereerst echter een kleine toevoeging op waar ik het de vorige keer over had.

Het gebruik van RiScript

De vorige keer beschreef ik het gebruik van RiScript versie 4.12. Ondertussen is echter versie 4.13 uitgekomen (april 2001), met o.a. uitbreidingen op de GUI. Dit is met name te zien in de bovenste balk:

Hierin zien we vier nieuwe knoppen, van links naar rechts Save (de input file), Export (waarover later meer), Print (idem dito), en Document Information. Ieder van deze knoppen roept weer een dialoogscherm (dialogue box / window) op, en is grijs als het niet van toepassing is (bijv. de Document Information knop is grijs als de PostScript-file geen informatie bevat, niet DSC-compliant is).

Lettertypes

Er zijn verscheidene manieren waarop RiScript met lettertypes in invoerdocumenten kan omgaan. Als een bepaalde tekst in een document een bepaald lettertype vereist, dan zijn er eigenlijk twee mogelijkheden: óf het lettertype wordt meegeleverd met het document, óf het document verwacht dat het lettertype (of een soortgelijk lettertype) er al is. Als een PostScript Type 1 of Type 2 lettertype in een document meegeleverd wordt, dan is het mogelijk dit naar een RISC OS lettertype te laten converteren. (Let wel op dat het copyright nog steeds bij de oorspronkelijke eigenaar ligt!) Het geconverteerde lettertype wordt dan tijdens het displayen gebruikt.

Het is ook mogelijk bepaalde lettertypes te mappen naar een equivalent RISC OS lettertype, bijvoorbeeld de mapping van Helvetica naar Homerton. Dit scheelt in gebruik van geheugen en in interpretatietijd (zoals eerder gezegd: RiScript is een interpreter). Het is wel minder nauwkeurig, omdat de verschillende lettertypes zeker niet gelijke paden hebben, maar we zijn het wel gewend (Times wordt Trinity, Helvetica Homerton, en Courier Corpus). Op deze manier kan je heel goed gebruik maken van de op het systeem beschikbare lettertypes.

De laatste methode, mappen van lettertypes, wordt ook gebruikt als het gevraagde lettertype niet in het document zit. Mocht er een lettertype gevraagd worden en het zit niet in het document en er is geen mapping voor, dan zal er een lettertype gekozen worden. Voor PDF is het zelfs zo dat bepaalde kenmerken van het gevraagde lettertype deze keuze bepalen.

Naast deze mogelijkheden kan RiScript alle teksten - waarvan het font aanwezig is - ook converteren naar paden. Dit heeft als voordeel dat bij exporteren er geen afhankelijkheden meer zijn met het oorspronkelijke lettertype (copyright-redenen) maar de gegenereerde files worden wel een stuk groter, en het displayen is niet anti-aliased. Bij afdrukken zal er eigenlijk geen verschil zijn.

Exporteren (en PDF genereren)

Het formaat waar RiScript intern mee werkt is Draw. Het is dan ook makkelijk om een document als verzameling draw files te exporteren (een file per pagina). Maar ook worden PDF en tekst als exportformaten ondersteund. Na het drukken op de Export-knop komt er het volgende dialoogscherm:

Hierin zijn een drietal keuzes te maken: welk uitvoerformaat wordt er gewenst, waar moet het resultaat heen, en welke (selectie van) pagina's moeten er geëxporteerd worden? Bij "page range: selection" is er van alles mogelijk door het opgeven van reeksen (met een -) en door concatenatie met komma's; zo is 1,1,9-6 goed voor het twee keer exporteren van pagina 1 en daarna (in die volgorde), pagina 9, 8, 7 en 6. Flexibel genoeg, lijkt het ons! Als er PDF geëxporteerd wordt, dan is er aan het einde van de generatie nog de mogelijkheid om de titel, het onderwerp, de auteur, en een aantal sleutelwoorden bij dit document op te nemen.

Printen

Printen is eigenlijk niets anders dan exporteren waarbij het waarheen al bekend is (de in !Printers geselecteerde printer) en waarbij het aantal kopieën van belang is. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat het printdialoogscherm zeker wat overeenkomsten heeft met het exportdialoogscherm:

RiScript schaalt de pagina altijd tot het (in !Printers) geselecteerde formaat, zonodig met rotatie. Hier zijn zeker nog wel wat mogelijkheden tot verdere nuancering.

Instellingen

Er zijn bij RiScript heel veel instellingen te maken, en het voert te ver om die allemaal hier te behandelen. Klik hier voor een van de dialoogschermen.

Hieronder is wel globaal aangegeven welke soort instellingen er te maken zijn:

Voor de meeste opties is een verandering onmiddellijk, maar sommige vereisen een herstart van RiScript.

Icon met Menu

Het icon in de icon bar laat zien met welke programma RiScript op dit moment "praat". Er zijn vier mogelijkheden: geen enkel programma, de DSC plugin, de PDF plugin, en ScripTerm (waarover hieronder nog meer). Deze mogelijkheden zien er in de iconbar als volgt uit (het basis-icon stelt een printer met een beeldscherm voor):

Vanaf dit icon kan het icon bar menu worden opgeroepen. Hierin kan informatie worden opgevraagd over de versie van RiScript en de licentiehouder (van wie deze kopie is). Verder kan er een dialoogscherm met coördinaten worden opgeroepen waarmee interactief de coördinaten op een pagina bekeken kan worden. Ook kunnen de instellingen worden veranderd (het dialoogscherm hierboven beschreven) en kan de directory met gegenereerde fonts met één druk op de knop worden geopend. Als laatste kan RiScript uiteraard ook afgesloten worden.

ScripTerm

Deze applicatie is alleen bedoeld voor hen die bekend zijn met PostScript. Het is een soort directe terminalconnectie aan de PostScript-engine. ScripTerm is erg handig, bijvoorbeeld als je PostScript wilt uitproberen. Dit is dan om te kijken of hetgeen je geschreven hebt wel werkt, of om bepaalde taalconstructies beter te begrijpen. Mocht iets niet werken, dan is debuggen wel een stuk handiger als zonder ScripTerm, omdat je bijvoorbeeld de stacks kan bekijken en uitgebreidere foutmeldingen krijgt. Klik hier voor een voorbeeld van een ScripTerm-venster (bij opstarten):

Afsluiting

Deze keer hebben we laten zien wat er naast het bekijken van PostScript en PDF files nog meer kan met RiScript, en wat er zoal in te stellen is. Ook hebben we heel even naar ScripTerm gekeken. Hiermee hebben we eigenlijk alles van RiScript in vogelvlucht laten zien. De volgende keer gaan we het hebben over de architectuur van RiScript: wat is er in de afgelopen 10 jaar allemaal gemaakt, hoe werken de andere programma’s nu eigenlijk samen met de kern, en nog meer van dit soort dingen. Tot dan!

Jeroen Medema