Afscheid van een periode

Afscheid van vijf jaar redactiewerk aan een blad is toch een moeilijk punt. Hoewel ik nu weer verderga met de digitale editie is dat toch anders.

Stel uzelf maar eens voor hoe dat gaat: stressen of alles wat ik hoopte dat binnenkwam ook werkelijk doorgepiept werd. Al te vaak kon ik er pas zondagochtend vroeg echt aan beginnen, al het voorwerk dat op zaterdag kon was dan al klaar. Aan een blad kun je eigenlijk niet echt werken als je niet minstens 90% van de kopij al hebt, dus was het altijd last-minute bezigheid.

Nog vaker was het zondagnacht voordat alles klaar was en de definitieve proefdruk gemaakt kon worden. Zelfs dan kwam het voor dat mijn inmiddels kleine vierkante oogjes nog weer een paar fouten vonden die er nog even uitgehaald moesten worden. Op maandag of dinsdag de kopij wegbrengen met soms in de loop van de week een telefoontje dat er toch een probleem opdook en dan even uit mijn werk naar de drukker racen om te kijken of het op te lossen viel.

Op dinsdag- of woensdagavond het printen van de enveloppen, een buitengewoon saaie bezigheid. In de loop van de tijd lette ik alleen maar op de postcodes om te zien hoe ver ik was. Na ongeveer twee-en-een-half uur kwam er dan uit de printer de postcodes van Groningen, de hoogste getallen.

Donderdagmiddag de dozen met bladen ophalen bij de drukker, ook al niet iets wat makkelijk te combineren was met mijn werk. Vaak haasten, soms lopend met de fiets aan de hand en de dozen in fietstassen en achterop als het blik weer eens niet wilde, of als ik geen tijd meer had om het ding te gaan halen. Ook wel eens een stortbui op mijn kop, een keer of wat ben ik echt doornat geworden.

Daarna Herman Corijn bellen hoe de spullen in Katwijk te krijgen. Ongeveer de helft van de keren ben ik op mijn vrije vrijdag op en neer naar Katwijk gereden, de andere helft van die vijf jaar reed Herman dan op zaterdag onderweg naar de Makro in Delft bij mij langs.

Een aantal jaren achter elkaar heb ik mijn vakantie afgestemd op de geplande kopijdata. In een enkel geval zelfs eerder teruggekomen om aan de Asterisk te beginnen.
In het vorige jaar begon het me steeds meer tegen te staan en acht of negen maanden geleden wist ik het zeker: ik moet er mee ophouden. Al dat rennen en draven achter zelfgekozen deadlines aan werd ik echt zat.

Laat ik mij wel haasten te vertellen dat ik er ook veel plezier aan beleefd heb en een heleboel geleerd. Van de drie drukkers die ik in de loop van die 5 jaar het genoegen heb gehad om mee samen te werken. De slimme en ook wel gewoonweg domme suggesties die (soms) gedaan werden door leden. En de argeloze vraag van een neefje, die zonder het te weten een oplossing aanbracht.

Dat wordt nu allemaal anders. De kopij kreeg ik toch al voor 99% via Aconet of email binnen, dat blijft hetzelfde. Maar dat hoeft niet meer in een enkel weekeinde in elkaar gezet te worden. Elk artikel staat op zichzelf en wordt alleen maar via de index aangeroepen. Inpassen op een pagina tussen andere artikelen is niet meer nodig, het verhaal is zo lang als het lang is. De implicaties daarvan strekken heel ver.

Elk afzonderlijk verhaal kan opgemaakt worden zodra het binnen is en toegevoegd met een link aan de inhoud. Alles wat op zaterdagavond nog niet binnen is kan er dan niet meer in, want zondag stel ik alles samen en slinger het zondagavond 't web op. Maar ook hier valt nog heel veel mee te doen, in de tussentijd ben ik bezig met de mogelijkheid van een jaarindex. Als alle afleveringen in een eigen directory staan met namen die van te voren vastgelegd zijn moet het mogelijk zijn om aan het eind van het jaar iets dergelijks klaar te hebben.

De niet meer tastbaarheid van het blad heeft ook zijn voordelen: je kunt er in zoeken met een tekstverwerker of met de browser zelf. Bovendien is juist de RISC OS computer met zijn superieure fontmanager bij uitstek geschikt om van het scherm te lezen. Andere media scheppen andere mogelijkheden. Het wordt anders, maar zeker niet saai!

Peter van den Berg, redactie