Kijk en vergelijk

Druk, druk, druk. We hebben het allemaal erg druk. We (wie eigenlijk: we?...) willen meer welvaart, meer bestedingsruimte - of meer geld om van onze schulden af te komen? De prijs drukt zwaar op ons: meer productiviteit, meer kwantiteit, meer kwaliteit, of tenminste de illusie ervan: als het er maar gelikt uitziet.

Terwijl ik dit tik, aarzel ik of het met het stukkie meegaat. Want ik wilde immers slechts even stilstaan bij de eerste digitaal uitgebrachte Asterisk. Een moment nemen om terug te kijken hoe dat is bevallen, ook in relatie tot zijn papieren voorganger. We hebben als club ruim de tijd genomen, alvorens te besluiten tot de digitale Asterisk. De meningen liepen nogal uiteen - ook daarom ben ik nieuwsgierig hoe andere ervaringen zijn geweest.

Laat ik beginnen bij het begin.
De papieren versie vond haar eind in een - goed en tijdig toegelicht - besluit van de redacteur, er na vijf jaar mee te zullen stoppen. Op één schuchtere vraag na, bleek er geen animo binnen de vereniging, de klus over te nemen. Wat ik ook niet vreemd vind; we zitten er doorgaans echt niet op te wachten, er nog een klus bij te nemen: de tijd voor onszelf is al zo schaars...

Mijn begin begint dan ook bij Peter. Hij heeft een half jaar - naast zijn werk voor de papieren Asterisk ook nog eens heel veel onderzoek gedaan naar aanpak en effecten van een digitale versie. Wil me op mijn woord geloven dat-ie dat op zijn enig mogelijke manier heeft gedaan: uitermate grondig. Daardoor ook was zijn eerste - letterlijk geheel vrijblijvende - presentatie voor de Raad van Afgevaardigden een onverwacht succes, met een grote acceptatie als effect.

Wat deed ikzelf met de papieren versie.
Voor alle duidelijkheid: ik heb een abonnement op Acorn User en Archive, en schuim vaak het Internet af op zoek naar nieuws of nieuwe software. De Asterisk is dus geenszins mijn enige bron van informatie. Als ik bij thuiskomst de Asterisk tussen de post vond - liep ik doorgaans - haast, haast - door de inhoud heen, waarbij vooral korte berichten en de rubriek van Kees Grinwis intense aandacht kregen. Dan legde ik 'm weg, naast me in de lectuurmand, met het voornemen, aangetroffen berichten op een beter tijdstip door te nemen. Niet dat daar altijd sprake van was. En inderdaad: hij ging mee naar de plee, of fungeerde als inslaap lectuur - waar-ie volgens mij absoluut niet geschikt voor is.

De digitale versie is onbetwist in vormgeving net zo gelikt als de papieren. Hoe kon het ook anders. Ik realiseer me, al tikkend, dat het gebruik niet veranderd is! Zo staat de eerste electronische versie op mijn harddisk, in de directory !Vault, met de subdirectory "Asterisks". Ik heb 'm op precies dezelfde wijze doorgelezen. Nog moet ik een aantal artikelen lezen.

Wel, op m'n Risc PC moet ik een aantal dingen doen - dan wel vind ze te belangrijk om ze niet te doen. Uitgaand briefverkeer, in- en uitgaande e-mail, zoeken van informatie op het Internet. Doen-dingen dus, die worden verzacht door mooie audio-CD's. Niet voor niets waarschuw ik in mijn e-mail voor de verslavende werking van de muziek van Spock's Beard! En zo kom ik bij de vergetelheid die de Risc PC eveneens biedt. Zo leg ik graag een kaartje, waarvoor !Patience van J. Horsnell (van 1992) me al vele jaren onschatbare diensten bewijst. En speel ik graag !Quake, en de prachtige games die Neil Manke en anderen voor deze spelmachine hebben geschreven.

In die setting zijn dus enkele artikelen van de digitale Asterisk mij nog niet onder ogen gekomen. Geen twijfel dat dat - anders dan de papieren versie - nog komt. Die verdwijnt immers in een inbindmap op zolder, en is vanaf dat moment archief-materiaal i.pv. leesvoer. De digitale versie blijft voorhanden, ook omdat-ie ingepakt nauwelijks ruimte vergt, en via een regelmatige backup van de !Vault naar een andere (SCSI-) harddisk niet verloren gaat bij een (altijd mogelijke) crash van de harddisk. En dan nog: so what?! Binnen enkele minuten is de buit via Internet of Aconet weer binnen. Ik verwacht het grootste voordeel naarmate de tijd vordert: via een gemakkelijke indexering, en via links - of tussen bladen onderling dan wel door verwijzing naar de bron op het Internet. Een niet te onderschatten hulp, als ik ooit verlegen zit om specifieke informatie.

De snoeren van monitor, muis en toetsenbord reiken inderdaad niet tot op het toilet. In het denken over dit stukkie schoot me nog iets te binnen: ik moet rap kijken of er een browser is voor mijn Psion Series 3a: dan jas ik digitale Asterisken via het seriele snoertje naar mijn 3a, met 2 Mb RAM: een vijver waarvan de oevers nooit in zicht komen! En dan is lezen op de plee ineens weer wel mogelijk - als ik 'm maar niet van het fonteintje laat stuiteren!

Samenvattend:
nu ik erover nadenk, zijn gebruiksverschillen kleiner dan ik verwachtte. De publicatie is er stellig niet minder aantrekkelijk op geworden. Productie vergt veel minder van de tijd en aandacht van de redacteur. Kosten van distributie zijn een schijntje van wat ze waren. Ik ben in plaatselijke beschikbaarheid (luie stoel, plee) (nu nog?) beperkt. Daar staat tegenover dat de "connectivity" en actualiteit van ons blad er stukken op vooruit zijn gegaan, en ook de beschikbaarheid van informatie op langere termijn.

Ik ben er dus heel positief over - en echt niet omdat ik dat als voorzitter wel moet! We hebben als landelijk bestuur zeker nog werk. Met name de vraag: wat doen we met de nu onbestede middelen, behoeft beleid.

Nou, da's wat ik wilde schrijven naar aanleiding van de eerste digitale Asterisk. Onveranderd ben ik nieuwsgierig naar wat jij (of u) ervan vindt. Ik verneem graag je zienswijze en/of suggesties.

Vriendelijke groet - Jos, voorzitter landelijk bestuur.