M is C een column van MC

Telkens kom je het weer tegen: privacy. En vooral: wanneer geen misbruik daarvan, wanneer wel. Zeker nu wij in het tijdperk van de computer zitten, speelt die vraag. Immers is de privacy over de gegevens van het individu gewaarborgd sedert De Rechten van de Mens (Declaration Universelle des Droits de l'Homme, 1948).

Om een voorbeeld te noemen van het wel of geen misbruik: stel ik heb bij iemand ingebroken, allerlei leuke en dure dingen meegenomen en in de haast verlies ik een pluk haar. Dat wordt onderzocht op het DNA, vergeleken met de DNA-databank en ziedaar: de politie komt me ophalen. Is het DNA onderzoek nu wel of geen misbruik? Ik heb geen toestemming gegeven om die pluk haar te onderzoeken, dus misbruik. Ja maar hier gaat het om onderzoek ter bescherming van de bestolene, van de gemeenschap. Dus geen misbruik want bescherming.

In dit simpele voorbeeld ziet u hoe wazig de grens is tussen het wel en het geen. Nu bestond het indirecte bewijs al voor het computer tijdperk. Het stukje stof bijvoorbeeld dat gelijk was aan dat van de trui die ik op dat moment droeg. Sedert de komst en het gebruik van de computer als databank en als apparaat voor het ontrafelen van het DNA, is het circumstantieële meer en meer verschoven naar het harde bewijsmateriaal.

Ik schreef het al: het recht op privacy is gewaarborgd. Maar is dat wel zo? Nemen we het internet, ondanks het ook niet meer heilige PGP zo openbaar als het Cafe van Ome Jan op de Markt. Maar weet oma Griet die een emailtje zendt aan haar kleinzoon Jan die van Zuid Amerika via de VS naar Nederland terugvliegt, dat? Zij waarschuwt Jan geen knoflook mee te nemen want dan stinkt het hele vliegtuig de tent uit (en houdt de US het tegen).

In zo'n simpel bericht kan gemakkelijk een filter-woord staan. Doorgegeven aan de Douane die Jan dan op een zijspoor zet, zijn bagage tot-en-met onderzoekt op drugs en hem het hemd van z'n lijf vraagt naar zijn bedoelingen en zijn contacten. Privé correspondentie, dus schending van de privacy zegt de een. Neen zegt de ander: bescherming van de mensheid gaat voor privacy en rechtvaardigt schending.

Ander voorbeeld: ik email Mientje dat ze een k.wijf is. Overtreding van de netiquettte want schuttingtaal: wordt dus geweerd. In beide gevallen bekijken vreemde ogen de correspondentie. Fax, waarvan de meesten denken dat dat veilig is, wordt ook gescreend; ook daar vreemde ogen. Met recht kunnen we zeggen dat Big Brother is watching you. En, laten we eerlijk zijn, dit is allemaal mogelijk geworden sedert de computer zo algemeen is geworden.

Ja, maar tegenover het internet staat het puur privé gerunde peer-to-peer. Daar komt geen ander aan te pas want je verzendt je bericht rechtstreeks aan de ontvanger. En dus ben je met peer-to-peer zeker dat vreemden je bericht niet lezen. Ho ho, ik verzend het toch over de telefoonlijn? En wie garandeert dat die lijn niet wordt gescreend? Schending van de wet op de privacy! zegt u. Maar is afluisteren te bewijzen? OK, geen openbare telefoonlijn maar een scrambled radiobericht op een amateurband (scrambling is vervormen). Helaas, helaas, ook die banden worden gescreend en gedescrambled: ik weet het uit eigen ervaring; niet voor niets heeft de Nederlandse staat daartoe een speciale dienst.

Neen, beste mensen, recht op privacy bestaat maar waarborg is een andere zaak. Sedert de uitvinding van de chip is overtreding op dat recht een gewone zaak geworden. Immers, wie heeft ze niet gescand, de banden van politie, brandweer, ambulaces, het vliegverkeer en zodoende de overtreding begaan? Big Brother zijn we allemaal. Ja, ook gij Brutus Sysop die op u nam de taak van berichten-verkeers regelaar. Oei-joei, wat zeg ik nou.

groetend, Max van Loon