Internet en lokaal ethernet voor beginners
waar Henri Derksen de inter-netwerk-kabel-eindjes aan elkaar knoopt

De laatste tijd heb ik in de praktijk kunnen vaststellen dat (nieuwe) netwerktechnieken meer onbekende variaties vertonen die interessant zijn om toe te lichten.

Internet modems
Voor een aansluiting op internet hebben we bijna altijd extra hardware nodig. Dat kan een, thans ouderwets, extern serieel analoog data-, fax-, voice-modem zijn wat met de V90 standaard op 56.000 bps RX (=download) en 33.600 bps TX (=upload) werkt. Soms is ook een V34 33.600 of 28.800 bps modem bruikbaar.
Het echte minimum is wel een V32bis 14.400 bps modem. Dit is bijna altijd een standalone oplossing voor slechts een computer. Nadeel hiervan is dat tijdens internetten niet in spraak gebeld kan worden. Maar met een mobieltje ben je dan in geval van nood toch bereikbaar. Of we hebben een 2 x 64.000 bps ISDN aansluiting met een zogenaamde "terminal adapter". Ook deze is meestal standalone in gebruik.

Tegenwoordig zijn ADSL- en/of kabel-modems erg in opkomst. Deze zijn stukken sneller dan de oudere analoge modems en digitale ISDN TA's. Maar het aansluiten op een of meerdere (RISC OS) computers vergt iets meer inspanning. Soms is zo'n ADSL modem met een USB computer interface uitgerust. Die zijn thans op RISC OS systemen minder makkelijk bruikbaar. Simpelweg omdat op een RiscPC een USB poort vaak ontbreekt, en als die wel aanwezig is, dan kan de software (drivers) nog een hobbel zijn. De Castle Iyonix PC heeft wel USB maar ook hier is/zijn de driver(s) de bottleneck. Op de Microdigital Omega is voor zover mij nu bekend USB helemaal nog niet bruikbaar, en dat terwijl de connectoren er al wel voor aanwezig zijn, o, ironie ;-(. Voor Windows PC-gebruikers kan een ADSL-modem met USB interface een voordelig (single user) alternatief zijn.

Zeldzaam zijn de oudere kabelmodems met een seriële poort. Ik ken iemand in de provincie Utrecht die zo'n modem op een RiscPC aan de praat had, maar nogal klaagde over de traagheid en de minder goede service van Casema. Men kan vaak veel beter kiezen voor de ethernet versie van een ADSL- of kabel-modem, want die kunnen behalve op Windows PC's ook op RISC OS systemen aangesloten worden. En dan wordt ook het gebruik op meerdere (verschillende) systemen in een lokaal netwerk interessant.

We hebben dan liever ook graag minimaal een router met firewall tussen modem en netwerk in gebruik, vooral als we langdurig met meerdere gebruikers willen internetten of zelfs 24 uur online (willen) zijn. Een ander groot voordeel van een lokaal netwerk is dat we tussen de verschillende machines bestanden kunnen uitwisselen en gezamenlijk elkaars hardware zoals printers kunnen delen. Zelfs het lokaal runnen van een eigen e-mail-server en/of web-server wordt dan interessant.

Ethernet router
Wat is de zo vaak genoemde router en waarvoor dient die?
Om een netwerk beheersbaar te maken worden IP-adressen gebruikt. Die bestaan uit 4 groepjes met cijfers waarvan de getallen door een punt gescheiden worden. Elk getal varieert in waarde van 0 t/m 255. Omdat het aantal IP-adressen te klein is om iedere machine er een te geven, wordt met adresbereiken gewerkt die via een router worden verdeeld. Zo'n router heeft minimaal 2 ethernet aansluitingen, dus 2 x 10b2/COAX/BNC, of 2 x 10bT/UTP/RJ45, of 2 x 10b5/AUI/15pin, of 2 x een RS232-seriële poort, of een combinatie van 2 of meer stuks van een of meerdere van deze 4 soorten netwerk-interfaces.

Men kan dus al een router bouwen met een computer en 2 netwerkkaarten en goede router software, zoals FREESCO. Zie de artikelen van Simon Voortman in eerdere *Asterisken hierover. De ene poort noemen we de WAN-poort, want die gaat van ons uit gezien naar buiten. De andere poort(en) noemen we de LAN-poorten want die zijn voor ons lokaal, vandaar de naam Local Area Network. WAN betekent Wide Area Network.

Elke ethernet interface heeft een hardwarematig adres, het zogenaamde MAC-adres. Middels software-instellingen wordt dat MAC-adres aan een IP-adres gekoppeld. En nu komt de truc, de buitenwereld ziet alleen het IP-adres aan de WAN-kant van de router. De binnenwereld thuis ziet zowel de adressen van de machines in het LAN, maar kan ook naar buiten connecten. De router zorgt er dan voor dat al het verkeer van binnen naar buiten en terug op de goede plaats (lees machine) terecht komt. We mogen niet zomaar adressen verzinnen, maar zijn met name naar buiten toe aan bepaalde nummer-reeksen gebonden. In een LAN mogen we daarom onderstaande adressen gebruiken. Alle andere moet je expliciet extern aanvragen, meestal via je ISP of domain-registrator, dit voornamelijk om dubbel gebruik te voorkomen.

LAN adressen van:  tot:           subnetmasker:  bereik:

A: 10.0.0.0    - 10.255.255.255  255.0.0.0     10.x.y.z
B: 172.16.0.0  - 172.16.31.255   255.255.0.0   172.16.y.z
B: 192.168.0.0 - 192.168.255.255 255.255.0.0   192.168.y.z
C: 192.168.0.0 - 192.168.255.255 255.255.255.0 192.168.0.z
C: 192.168.1.0 - 192.168.255.255 255.255.255.0 192.168.1.z

In klasse A worden de 10.0.0.x, 10.0.1.x, 10.1.1.x adres-bereiken het meest gebruikt. In feite gebruikt men dan de klasse C versie van een klasse A bereik. Klasse C is ook erg bekend met 192.168.0.x en 192.168.1.x. Die x staat voor het nummer wat aan je machine is toegekend, hetzij door jouzelf, hetzij door een DHCP-server op afstand, b.v. vanuit een router. De nummers 0 en 255 worden nooit uitgedeeld. Er zijn bij 192.168.y.z. dus 253 klasse C netwerken mogelijk. Ook bij 172.16.y.z. is dat het geval.

Klasse A is om dezelfde reden in 253 klasse B netwerken onder te verdelen. En elk van die klasse B netwerken op zich weer in 253 klasse C netwerken. Die klasse-keuze maakt men met de getallen in het subnetmasker. Men kan dus vanuit een 192.168.1.1 machine niet naar een 10.0.0.1 machine pingen, simpelweg omdat 192.168.y.z maximaal een klasse B netwerk kan zijn. De klasse is dus te herkennen aan het subnetmasker. Over IP-adresseringen zijn al complete boeken geschreven; voor dit artikel is bovenstaande summiere informatie voldoende.

De WAN-kant van de router hangen we meestal aan een ADSL- of kabel-modem, en de LAN kant aan een hub of switch (zie verderop voor de uitleg daarover). Vaak worden complete routers aangeboden, met al een 4 poorts switch en tegenwoordig is er vaak ook een WLAN-WiFi accesspoint ingebouwd. Soms is zelfs ook een ADSL modem ingebouwd. De WAN-poort ontbreekt in dat geval. Sommige routers hebben nog een back-up voorziening wanneer het ADSL modem aan de WAN kant uit mocht vallen. Meestal is dat een ISDN-S0-bus aansluiting, en/of een seriële poort waaraan men een extern serieel analoog modem of ISDN-TA (Terminal Adapter) kan hangen. Men kan dan zonder ADSL toch met meerdere computers internetten, zoals op de RUM in Eindhoven op 31-01-2004 gedaan is, al is dat wel langzamer natuurlijk.

Zie afbeelding 1.

Een router beschermt ons ook tegen indringers door middel van een firewall. Het voert in dit bestek te ver om de gehele werking van een router uit te leggen. Wat dat betreft zou ik zeggen: Kom op 31 maart 2005 naar regio Den Haag in Rijswijk en luister naar de spreekbeurt van Kees Grinwis.

Coax
Als je nog steeds machines met een 10b2/COAX/BNC aansluiting in gebruik hebt, schaf dan een goedkope hub aan die zowel een 10b2/COAX/BNC aansluiting als ook 10bT/UTP/RJ45 aansluitingen heeft, want dan kun je ook met nieuwere machines en ADSL-modems samenwerken. ADSL-modems zijn zeer zelden in coax-ethernet uitvoering leverbaar. Zo weet ik nu met redelijke zekerheid dat wanneer een netwerkkaart in een computer een 10b2/COAX/BNC- en/of een 10b5/AUI/15pin-aansluiting heeft, dat deze altijd op maximaal 10 Megabit/s zal werken, en dus ook de op dezelfde kaart aanwezige 10bT/UTP/RJ45 aansluiting op maximaal die snelheid.

Dit verhaal gaat ook op voor (gecombineerde) hubs met een 10b2/COAX/BNC en/of een 10b5/AUI/15pin-aansluiting. Hubs en switches met 10/100MbT/UTP/RJ45 poorten (=fast ethernet) hebben nooit 10b2/COAX/BNC of 10b5/AUI/15pin-aansluitingen. Theoretisch zou dat wel moeten kunnen, maar in de jarenlange praktijk heb ik ze nog nooit gezien.

Zie afbeelding 2.

Netwerkkaart met alle 3 de interfaces

10b5/AUI/15pin naar 10bT/UTP/RJ45 converters
Soms kan het handig zijn om bij oudere (Acorn) netwerkkaarten ether1 AKA 25 die alleen over 10b2/COAX/BNC en 10b5/AUI/15pin beschikken, een 10bT/UTP/RJ45 transceiver te plaatsen, dat is een omzetter van AUI naar UTP. Zo'n transceiver is dan aanmerkelijk goedkoper dan een nieuwe netwerkkaart,zeker wanneer je zo'n AUI naar UTP converter tijdens een beurs voor een prikkie uit een grabbelbak vist, en/of op internet zoekt. Kijk daarvoor eens naar de Synoptics, model 508 B, 10BaseT transceiver, of naar de Isolan, 1681-0.

Zie de bijgaande foto's:

Achterplaat Acorn AKA25 Ether1 kaart met COAX en AUI

Bovenaanzicht met jumpers Acorn AKA25 Ether1 kaart met COAX en AUI

Connectorkant AUI2UTP converter

informatiekant AUI2UTP converter

10b5/AUI/15pin naar 10b2/COAX/BNC converters
Er bestaat ook een converter die 10b5/AUI/15pin naar 10b2/COAX/BNC vertaalt. Dit kan handig zijn om niet steeds meer dan de 8 jumpers van de Acorn netwerk-kaart om te hoeven zetten om van de 10b5/AUI/15pin naar de 10b2/COAX/BNC of terug om te schakelen, als je ook al een verloop-converter van 10b5/AUI/15pin naar 10bT/UTP/RJ45 gebruikt. Je kunt je Acorn-netwerk-kaart dan continue op 10b5/AUI/15pin ingesteld laten staan, en met behulp van een van die 2 losse adapters kiezen waar je de machine op wilt aansluiten, d.w.z. of op UTP of op COAX.

Merk: Digital, model: DECXM-M.CO1 IEEE 802.3 10b5/AUI/15pin TO 10b2/COAX/BNC.

Zie de bijgaande foto's:

Connectorkant AUI2COAX converter

informatiekant AUI2COAX converter

Hub versus switch
Dan is er nog een flink verschil tussen zogenaamde hubs en switches. Bij een hub wordt al het netwerkverkeer van en naar alle aansluitingen gekopieerd, en is dus de kans op collissions (=botsingen) bij grotere netwerkbelasting aanzienlijk. Een "switch" daarentegen heeft intelligentie aan boord en kopieert alleen data naar de poort waar de gevraagde bestemmingsmachine op is aangesloten, en dus niet naar de overige poorten. Het grote voordeel is meer snelheid en minder botsingen, met daarnaast een verhoogde veiligheid. Dat laatste is b.v. van belang wanneer je met een webbrowser of FTP-client de configuratie van een router of printerserver e.d. aan het wijzigen bent.

De machine(s) op de andere poorten kunnen dan meestal niet bij dit beheer verkeer. Wanneer echter ook een hub en/of een stuk coax-net in gebruik is, kan men er gedeeltelijk weer wel bij, zoals gebruikers met sniffer-software die alle ethernet-data-pakketjes onderzoeken.

Dit omdat hubs en ook coax netwerken alle ethernet-data aan alle aangesloten machines doorzenden. Een switch is veel selectiever daarin, die kijkt naar de bron en de bestemming en is dus zowel veiliger als sneller.

Zie de bijgaande foto:

8-poorts hub met auto MDI/MDX: Hub.JPG

Fast ethernet
Let er bij fast ethernet-kaarten,-hubs en -switches op dat deze niet alleen op 100 Mbit, maar ook op 10 Mbit kunnen werken, eventueel automatisch omschakelbaar (autospeed-sensing), dan wel softwarematig instelbaar. Met alleen 100 Mbit, kun je dus geen (oudere) 10 Mbit spullen aansluiten. Dit komt vooral voor bij zeer goedkope kaarten, maar de meesten hebben wel autospeed-sensing tussen 10 Mbps en 100 Mbps. De nog duurdere hebben zelfs auto MDI/MDX-sensing op in ieder geval een of zelfs alle 5, 8 of 16 poorten, zie het volgende punt.

Zie de bijgaande foto:

8-poorts 10/100 Mb switch met auto MDI/MDX: FastSw.JPG

Uplink poort versus auto MDI/MDX
Op veel oudere hubs en switches zit een zogenaamde "uplink poort". Deze kan men gebruiken om een volgende hub of switch met een gewone recht-over-kabel aan te sluiten. Anders heb je een kruiskabel (cross-over) nodig bij een normale hub-poort. Soms bestaat de laatste ethernet poort op de hub uit 2 gecombineerde aansluitingen, een normale rechtover versie en daarnaast een cross-over versie, waarbij het woord "uplink" staat. Beide poorten zijn hardwarematig gekoppeld, hetgeen herkenbaar is aan een streep in de vorm van een bruggetje erboven. Men mag in dat geval slechts een van die 2 poorten gebruiken, niet beide! Doet men dat wel, dan ligt het hele ethernet-segment plat waar die fout gemaakt is ;-(.

Nieuwere hubs hebben bij die laatste poort vaak een schakelaartje zitten, waarmee tussen recht-over en cross-over gekozen kan worden. De allernieuwste hubs en vooral switches hebben auto MDI/MDX-sensing, d.w.z. het maakt niet meer uit of je een gekruiste, dan wel een recht-over ethernet-kabel gebruikt. Meestal auto MDI/MDX-sensing op de laatste poort, maar tegenwoordig zelfs op alle 5, 8, 16, of nog meer poorten. Vaak staat het erbij, en het is ook herkenbaar doordat een uplink poort zoals voorheen ontbreekt. Ook veel nieuwere netwerkkaarten (Iyonix, Asus L5800C laptop pc), en zelfs de Devolo Microlink Homeplug adapters die ethernet-data via het lichtnet verzenden, hebben auto MDI/MDX.

Zie afbeelding 3, afbeelding 4 en afbeelding 5.

Ethernet via lichtnet
Fabrikant Devolo maakt Microlink adapters die volgens de Homeplug-standaard werken en hun ethernet-data via het lichtnet verzenden. Ook deze adapters hebben auto MDI/MDX. Handig als je b.v. je netwerk-printer-server o.i.d. op de gang wilt plaatsen, of je ADSL-modem in de meterkast en je weet niet meer of je een rechtover- of een cross-kabel moest gebruiken. Die Devolo's werken zelfs op het lichtnet van de 230 Vac~ 50 Hz generator en/of 24 Vdc= naar 230 Vac~ 50 Hz sinus-omvormers aan boord van binnenvaartschepen.

De maximale snelheid via het lichtnet is 14 Mbps. Aan de ethernet zijde zijn ze zowel 10 Mbps als 100 Mbps autospeedsensing. Ze hebben ook een DES-encryptie-beveiliging zodat de buurman je netwerkdata zeer moeilijk kan ontcijferen. Daarnaast werkt elke kWh-meter ook al als een filter tegen het afluisteren van netwerkverkeer via het lichtnet. Die Devolo's zijn leuk voor tijdelijke verbindingen waarbij men geen gaten door muren wil boren, of om te voorkomen dat men over de snoeren struikelt zoals op LAN-party's tijdens computer club bijeenkomsten.

Van die Devolo Microlink Homeplug adapter-serie bestaan ook versies met een USB-aansluiting, alsmede een draadloos WLAN d.m.v. WiFi 802.11b op 11 Mbps. Leuk wanneer je in de tuin of op het dakterras draadloos wilt netwerken, printen, c.q. wilt internetten. Zorg in dat geval wel voor een afdoende beveiliging met passwords (WEP-Keys), encryptie, een router met firewall, een vers bijgewerkt antivirus programma en een softwarematige firewall op die Windows machine.

Zie de bijgaande foto's:

Ethernet lichtnetmodem

USB lichtnetmodem

WLAN WiFi lichtnetmodem

Gigabit ethernet
10/100/1000MbT/UTP/RJ45 gigabit-aansluitingen zijn altijd auto sensing qua snelheid en ook bijna altijd auto MDI/MDX compatible. Dat wil zeggen; het maakt niet meer uit of men een recht-over kabel, dan wel een kruiskabel gebruikt. Handig als je b.v. je netwerk-printer-server o.i.d. op de gang wilt plaatsen, of je ADSL-modem in de meterkast en je weet niet meer of je een rechtover- of een cross-kabel moest gebruiken. Om transmissiefouten te voorkomen tussen de Iyonix PC met 32-bit RISC OS en andere machines op een lagere ethernet snelheid is het verstandig om op de Iyonix de poortsnelheid softwarematig te verlagen met een systeemcommando. Dit omdat anders tijdens het netwerkverkeer zowel de RPC als ook de Iyonix zich zelf beiden volledig kunnen ophangen. b.v. op 10 Mbit halfduplex te locken met:

*CONFIGURE EKLINK 0 10 HALF
weer opheffen kan dan met:
*CONFIGURE EKLINK 0 auto
Andere opties zin b.v.
*CONFIGURE EKLINK 0 100 FULL
of zelfs
*CONFIGURE EKLINK 0 1000 FULL

Voor de Iyonix heb ik ook twee zogenaamde obey bestandjes gemaakt. Obeybestanden onder RISC OS zijn ongeveer vergelijkbaar met batch bestanden onder MS-DOS. Het "bar" character vooraan dient voor commentaar.
Inhoud obey bestand genaamd 10Mbit:

| Fixeer gigabit ethernet poort op 10 megabit/s snelheid
| voor een betere werking tussen de Iyonix PC en de
| Acorn RiscPC. Dit obeybestand 10Mbit is gemaakt door | Henri Derksen op 2004-06-16. *CONFIGURE EKLINK 0 10 HALF

Inhoud obey bestand genaamd 1000Mbit:

| Geeft gigabit ethernet poort vrij op alle 10/100/1000 
| Megabit/s snelheden voor een betere werking tussen de 
| Iyonix PC en snelle ethernet switches. Dit obeybestand 
| 1000Mbit is gemaakt door Henri Derksen op 2004-06-16.

*CONFIGURE EKLINK 0 auto

| Gebruik dit commando NIET tussen de Iyonix PC en de 
| Acorn RiscPC.
| Voer in dat geval mijn 10Mbit obeybestand uit.

Ook de Omega kampt met deze kwaal. Maar het is mij (nog) niet bekend of ook deze machine een commando kent waarmee de snelheid naar 10 Mbps half duplex verlaagd kan worden. Gebruik daarom bij voorkeur een goede kwaliteit switch, met in ieder geval 10/100, of zelfs een 10/100/1000 Mbps.

Zie de bijgaande foto:

Gigabit router in ADSL-thuisnetwerk

Nieuwe kabel schema's
In de Computer!Totaal nr 1, 14e jaargang januari 2005 op bladzijde 101 wordt uitleg gegeven over het zelf installeren van UTP netwerk bekabeling. Behalve dat de tekst van de getoonde website zeer moeilijk leesbaar is, zit er mijns inziens ook een onvolkomenheid in. Men gaat namelijk uit van alleen 10/100 Mbit 4-aderig bedrade UTP-kabel. Men vergeet echter de volledig bedrade 8-aderige kabel die zowel voor 10/100 als 1000 Mbit bruikbaar is. De door hen in het blad getoonde website met als adres <URL:http://www.cabletron.com/support/techtips/tk0231-9.html> dateert van 29 juli 1997 en is voor het laatst bijgewerkt op 06-08-1999. Dat kan ik toch niet erg recent noemen, daar er nieuwe ontwikkelingen zijn geweest. Immers in 1999 was er nog geen 1000 Mbit.

Ook in de Elektuur nummers 7/8 van juli/augustus 2004 op bladzijde 30 bij ontwerpnummer 9 heeft men een (cross-)kabel getekend die mijns inziens onjuist is. Hiermee is namelijk hooguit 10 en 100 Mbps mogelijk, maar niet de nieuwere standaard van 1000 Mbps, ook wel gigabit genoemd. Daarvoor zijn namelijk wel alle 8 de aders van belang met meerdere signaalparen genaamd A t/m D en tevens bidirectioneel. Mede daardoor is de veel hogere snelheid haalbaar. Bovendien is deze kabel ook nog eens downwards compatible! Kortom een juist bedrade 8-aderige kabel is ten zeerste aan te bevelen.
Bijgaand de recentere informatie:

Met onderstaande is zowel 10 MBit, 100 Mbit als 1000 Mbit (= 1 gigabit)

in half -, en full duplex mogelijk.

   1000bT/UTP/RJ45
   Recht-over patch kabel CAT5E IEEE 802.3 EIA/TIA 568B

10bT 1000bT pin  draadkleur  pin 1000bT  10bT

TX+ BiDirA+ 1 --- wit/oranje --- 1 BiDirA+ TX+
TX- BiDirA- 2 ----- oranje ----- 2 BiDirA- TX-
RX+ BiDirB+ 3 ---- wit/groen --- 3 BiDirB+ RX+
   BiDirC+ 4 ------ blauw ----- 4 BiDirC+
   BiDirC- 5 ---- wit/blauw --- 5 BiDirC-
RX- BiDirB- 6 ----- groen ------ 6 BiDirB- RX-
   BiDirD+ 7 --- wit/bruin ---- 7 BiDirD+   
   BiDirD- 8 ------bruin ------ 8 BiDirD-

*****

   1000bT/UTP/RJ45
   Cross-over patch kabel CAT5E IEEE 802.3 EIA/TIA 568B

10bT 1000bT pin  draadkleur  pin 1000bT  10bT

TX+ BiDirA+ 1 --- wit/oranje --- 3 BiDirB+ RX+
TX- BiDirA- 2 ----- oranje ----- 6 BiDirB- RX-
RX+ BiDirB+ 3 --- wit/groen ---- 1 BiDirA+ TX+
   BiDirC+ 4 ----- blauw ------ 7 BiDirD+
   BiDirC- 5 --- wit/blauw ---- 8 BiDirD-
RX- BiDirB- 6 ----- groen ------ 2 BiDirA- TX-
   BiDirD+ 7 --- wit/bruin ---- 4 BiDirC+   
   BiDirD- 8 ------bruin ------ 5 BiDirC-

Voor 1000 Mb (= 1 gigabit) tussen 2 ethernet-kaarten of tussen 2 hubs.

Bij grotere kabellengtes dan 8 meter is ook het bij elkaar horende aderpaar van belang. D.w.z. dat alle aders 2 aan 2 getwist zijn en dat je dus een "paartje" moet gebruiken voor 2 bij elkaar horende signalen. Anders krijg je alsnog overspraak en dus errors. De plus signalen staan tegenover de min signalen in een getwist paar. Maar ook voor kortere kabels is het gewoon veiliger en slimmer om het in een keer juist toe te passen. Immers vele korte kabels kun je verlengen tot een langere met een of meerdere kabel-koppelstukje(s).

Als er andere aderkleuren in een kabel zitten, let dan op de getwiste paartjes. Zie voor een mooi voorbeeld de foto's op bladzijde 10 in Elektuur nummer 494 van december 2004. Met een kabel-koppelstukje zijn langere afstanden te overbruggen met meerdere kabels. Zelfs 2 x cross-over kabels worden daarmee gelijk aan een recht-over versie! ;-) Cross-over + recht-over met elkaar verlengen blijft als resultaat cross-over opleveren.

LET OP: Er bestaan zowel rechtover- als cross-UTP-kabel-koppel-verbindingsstukjes.

Kijk er bovendien naar of van cross-over kabels ook alle aders "juist" gekruist zijn. Soms zijn wel 8-aders gebruikt, maar toch slechts 4 stuks in de RJ45-stekker gemonteerd ;-(. Koop dus kabels van de categorie 5E van Extended i.p.v. alleen Cat5! Cat5 is minimaal 4-aderig en soms 8-aderig aangesloten. Cat5E is 8 altijd 8-aderig aangesloten. Of maak ze zelf met een (geleende/gehuurde) kwaliteits RJ45 krimptang. Nog een voordeel van het gebruik van zo'n tang is dat de te boren gaten in muren, vloeren en plafonds een kleinere diameter kunnen hebben, dan wanneer fabrieksklare kabels met de RJ45-connectoren er al aan zouden worden gebruikt.

Voor de montage van zelfbouw ethernet kabels met aanknijpconnectoren is wel enig (duur) gereedschap nodig, zoals

Montage volgorde:

  1. Loop van de kabel route bepalen, gaten in muren, plafonds en vloeren boren, eventueel elektrabuizen leggen.
  2. Kabel(s) (met trekveer in buizen) trekken.
  3. Buitenmantel er af snijden.
  4. Binnenaders in juiste volgorde positioneren met radiotang, alle 8 de aders moeten volgens het schema en mooi evenwijdig liggen. Zonodig de adereindjes zuiver haaks afknippen met de zijkniptang.
  5. Kabel voorzichtig in RJ45 connector schuiven, gebruik hierbij een fabriekskabel met aangegoten connector als voorbeeld. Let daarbij ook op het verschil tussen de recht-over en cross-over versie.
  6. Met de loep controleren of de kabel ver genoeg in connector zit.
  7. Zo ja, dan met de RJ45 krimptang de connector aan de kabel knijpen.
  8. Stap 3 t/m 4 voor het andere kabeleinde herhalen.
  9. Extra tussenhandeling is het met de striptang strippen van de aders.
  10. Met de multimeter vaststellen of er korstsluiting tussen de aders is. Zo ja, dan zit de 1e connector niet goed en moet die helaas van de kabel geknipt worden en moeten de handelingen 3 t/m 7 overnieuw plaatsvinden. Dat kost dus ook een stukje kabel, en vooral weer zo'n dure connector.
  11. Als de kabel kortsluitvrij is, m.a.w. de 1e connector is goed, dan de blankgestripte delen van het 2e kabeleinde met de zijkniptang mooi haaks er af knippen, zodat alle aders evenwijdig en even lang zijn.
  12. Nu de punten 4 t/m 7 uitvoeren voor de 2e connector.
  13. Met de RJ45 kabeltester de totale kabel met connectoren testen. Wanneer je stap 9 t/m 11 niet doet, en de kabeltester geeft een kortsluiting en/of een onderbreking aan, dan weet je niet welke connector er fout zit, en moet je ze beiden er af knippen en weer opnieuw beginnen vanaf punt 3 voor beide kabeleinden. Door deze tussenstappen wel te doen is de kans groter dat 1e connector wel goed zit, in ieder geval zonder kortsluiting, en dan zou dus alleen de 2e fout zitten, (doordenkertje). Het scheelt je ook een extra exemplaar van de eenmalige aan te kijpen RJ45 connectoren. Let op: een kabel met kortsluiting kan je ethernet interface opblazen.
  14. Als de test goed uitvalt dan de test apparatuur verwijderen, daarna kabeleinden in netwerkkaart(en) en/of router/switch/hub steken en kan er met een life netwerk softwarematig getest worden, zoals pingen e.d. ethernet is hot-pluggable, d.w.z. men mag de (goed geteste) netwerkkabels ook aansluiten met de computer apparatuur en hubs/switches aan.

Maar als het dan klaar, getest en gelukt is, heb je er voor jaren veel plezier van.

Praktijktest
In mijn Asus L5800C laptop heb ik een 10/100/1000 Mbps ethernet van 3Com die prima samenwerkt op de hoogste snelheid van 1000 Mbps (1 gigabit) met de 10/100/1000 MBPS ethernet kaart van Intel Pro in de Big Ben Club Iyonix computer onder 32 bit RISC OS 5.03 en hoger. Onderstaand stuk logfile vanaf de Iyonix toont dat aan:

*EKINFO

EtherK device driver for Intel PRO/1000 network 
controllers, version 0.10
DCI Version 4.05
Supported network cards detected: 1
Unit 0 (location: motherboard)
ethernet address 00:00:00:00:00:00
Link is up; 1000 Mbps full duplex
Controller mode: multicast, reject frames with errors
Frame types claimed:
IEEE 802.3 (multicast) handler=(FC316428,FB407504)
ethernet 0800 (multicast) handler=(FC2D24C0,FB407414)
ethernet 0806 (normal) handler=(FC2D24C0,FB407414)
ethernet 8035 (normal) handler=(FC2D24C0,FB407414)
Hardware statistics summary:
TX frames 56 : RX frames 65
TX bytes 3,835 : RX bytes 7,990
TX errors 0 : RX errors 0
Driver statistics (only non-zero statistics are reported):
Frames received: 65
*IFCONFIG -A lo0: flags=8049<UP,LOOPBACK,RUNNING,MULTICAST> mtu 16384
inet 127.0.0.1 netmask 0xff000000
ek0: flags=8843<UP,BROADCAST,RUNNING,SIMPLEX,MULTICAST>
mtu 1500
inet 192.168.0.12 netmask 0xffffff00 broadcast
192.168.0.255 ether 00:00:00:00:00:00

Noot: uit veiligheidsoverwegingen heb ik het unieke ethernet card adress (MAC) onherkenbaar gemaakt ;-).

Heeft u al een thuisnetwerk?
Zo niet, dan heeft u met bovenstaande informatie weer een hoop aanknopingspunten om het in ieder geval toch eens te overwegen. Met een ADSL aansluiting en meerdere computergebruikers (kinderen) thuis of op kantoor, kunt u er bijna niet meer om heen. Ik hoop dat een ieder hier zijn/haar voordeel mee kan doen. En als het goed is begrijpt u het allemaal nog? Zo niet, vragen staat vrij. Hou er alleen rekening mee dat het vanwege mijn gezondheidssituatie even kan duren voor u een antwoord ontvangt.

Op de Big Ben Club CD4 staan een aantal bestanden die mogelijk van nut kunnen zijn:
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.ADSL.ADSL-Analoog
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.ADSL.ADSL-HW
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.ADSL.ADSL-ISDN
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.ADSL.ADSL-ISDNL
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.ADSL.ADSL-SW
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.Kabel.COAX-Analoog
BigBenCD4.$.Documents.Hardware.Kabel.COAX-ISDN

Met dank aan Simon Voortman voor de aangedragen correcties.

Verklarende woordenlijst:
Jargon = vaktaal
Standalone = op zich zelf of alleen staand.
Repeater = netwerk hardware die alle signalen van een aansluiting naar alle andere aansluitingen door copieert. Vooral voor coax netwerken, en ook in oudere UTP hubs.
Router = netwerk hard- en/of software die alle signalen van een kant van het netwerk gedeeltelijk doorlaat naar de andere kant van een ander netwerk.
Bijvoorbeeld tussen een WAN (=internet) en een LAN (=thuisnetwerk).
WAN = Wide Area Network, dat kan het internet zijn, maar ook een privé netwerk tussen meerdere locaties (gebouwen) en/of meerdere andere bedrijven.
LAN = Local Area Network, of te wel een lokaal netwerk in een klaslokaal, complete schoool, woonhuis of bedrijfsgebouw.
Bij grotere netwerken worden meerdere LANs gemaakt en die ergens gedeeltelijk gekoppeld zijn met routers. Bijvoorbeeld; elke klas een eigen netwerk, maar de hoofdonderwijzer kan vanaf zijn kantoor wel in elk lokaal netwerk komen, maar de leerlingen niet in het LAN van een andere klas.
Modem = afkorting van MOdulator en DEmodulator, ofwel een datacommunicatie- en netwerk-apparaat wat digitale computersignalen omzet in analoge geluidssignalen en weer terug om zo over langere afstanden data te kunnen versturen. Hier zijn zeer veel varianten van in omloop.
Terminal adapter = een netwerk apparaat wat de ene soort digitale informatie (ISDN-S0-bus) op hardware en software niveau omzet naar de andere soort digitale hard en software informatie (RS232 seriële poort). In feite is het dus een interface-converter. Dit apparaat wordt ten onrechte wel eens uitgescholden voor een ISDN modem, maar dat kan niet, want het ISDN-signaal is op de S-bus al reeds digitaal en geen analoog geluidssignaal.
NT1 = Network Terminator, oftewel een hardware kastje wat het analoge telefoonsignaal van een grotete bandbreedte omzet naar het digitale ISDN S-bus signaal.
Splitter = een filter in de telefoonlijn die het spraakgeluid (lagere frequenties tot 4.100 Hz) scheidt van de hogere frequenties die het ADSL signaal bevatten. Een splitter heet altijd minimaal 3 aansluitingen, 1 van de telefoonlijn, 1 naar het ADSL modem en 1 naar de telefoons.
Kabelmodem = een modem wat het hoogfrequente signaal van de kabelmaatschappij omzet naar een digitale 10bT/UTP/RJ45 ethernetwerk aansluiting.
AUI = attachment unit interface uitgevoerd als een 15 pins Canon-D connector, voornamelijk bedoeld om met een adapter op het oude 10b5 thick ethernet te kunnen netwerken. Later kwamen er ook adapters die het signaal konden omzetten naar coax (=thin ethernet) of naar UTP.
10b5 = 10 Base 5 van thick ethernet wat dus 500 meter lang kon zijn.
10b2 = 10 Base 2 van thin ethernet wat dus 200 meter lan mag zijn.
10bT = 10 Base T van een UTP netwerk wat ook 200 meter lang mag zijn.
Die 10 staat voor de snelheid van 10 megabits per seconde.
100bTX = zelfde als 10bT, maar dan op 100 megabits per seconde.
1000bTX = zelfde als 10bT, maar dan op 1000 megabits per seconde, ook wel 1 gigabit genoemd.
UTP = Unshielded Twisted Pair, of te wel onafgeschermde in elkaar getiwste kabel. Het in elkaar draaien van 2 aders zorgt er voor dat stoorsignalen minder effect hebben, want beide aders krijgen een zelfde storing. Aangezien de ene ader het plus-signaal en de andere ader het min-signaal vervoert is de storing er makkelijk uit te filteren.
Switch = een intelligente hub die niet klakkeloos alles doorkopieert naar de andere poorten, maar kijkt naar de inhoud en de bestemming en het dan alleen naar die poort(en) kopieert waar het naar toe moet.
Uplink poort = een UTP-poort op een hub of switch die gekruiste aansluitingen heeft zodat men met een rechtover kabel naar een volgende hub of switch kan doorverbinden.
Downwards compatible = dat het ook bruikbaar is met oudere standaarden van hard- en/of software. De 8-aderige UTP-kabel voor het snellere 1000 Mbit b.v., is ook als 4-aderige kabel op langzamere 10bT netwerken bruikbaar. De overige 4 aders doen in dat geval niet mee en zitten ook niet in de weg.

Wellicht heeft u nog vragen? Stel ze gerust langs de vele contactmoglijkheden.
Met een vriendelijke groet van Henri Derksen